Nijmegen, 4 januari 2011
Onderwijsmonitor 2009/2010
Het gebruik van peuterspeelzaalwerk in Nijmegen loopt sterk terug. In 2005 waren er nog 44 peuterspeelzalen in de stad. Inmiddels is dit aantal gedaald naar 37. Het aantal Nijmeegse peuters dat een peuterspeelzaal bezoekt, daalt ook: van 50 procent in 2005 naar 38% in 2010. Deze ontwikkeling heeft mede te maken met het stijgende bezoek van kinderdagverblijven. Het aantal kinderdagverblijven in Nijmegen groeide in dezelfde periode van 34 naar 42. Het percentage Nijmeegse peuters dat een kinderdagverblijf bezoekt steeg de afgelopen 5 jaar van 32 procent naar 43 procent.
Over deze en andere trends bericht de Onderwijsmonitor 2009/2010. Iedere twee jaar voert de afdeling Onderzoek en Statistiek van de gemeente Nijmegen een onderwijsmonitor uit. Dit is een periodiek meetinstrument om de ontwikkeling binnen het totale onderwijsveld in Nijmegen over een lange periode te volgen.
Wat betreft de andere onderwijssectoren signaleert de Onderwijsmonitor onder andere de volgende ontwikkelingen:
Primair Onderwijs
Het totaal aantal kinderen dat in Nijmegen een basisschool bezoekt, is licht gedaald. Deze daling wordt veroorzaakt door de daling van het aantal kinderen in de bestaande stad. In Nijmegen-Noord is daarentegen sprake van een forse leerlingengroei.
Circa 30% van alle Nijmeegse basisschoolkinderen bezoekt een school die meer dan 300m verwijderd ligt van hun huis (meestal buiten de wijk).
De Citoscores van de leerlingen van groep 8 liggen de laatste jaren op het landelijk gemiddelde. Bij de Brede Scholen zijn de Citoscores lager. Een verklaring hiervoor is het relatief hoge aandeel kinderen met een (risico op) ontwikkelingsachterstand op deze scholen. Wel is het zo dat de gemiddelde CITO-score van kinderen met een lage startkans de afgelopen jaren is gestegen.
Van de 41 Nijmeegse basisscholen worden er op dit moment 6 scholen door de Onderwijsinspectie als zwak gekwalificeerd. Basisscholen worden sinds enige jaren door de inspectie in deze categorie ingedeeld wanneer de leerresultaten van de leerlingen beneden de door de inspectie gestelde norm vallen. Bij alle scholen zijn inmiddels verbetertrajecten gestart.
Er zijn geen signalen dat de scholen zullen wegzakken tot de categorie ‘zeer zwak’. In zo’n geval zit het fundamenteel fout met de zorgsystemen, onderwijsaanbod, pedagogisch- en didactisch klimaat etc.
Voortgezet Onderwijs
Ongeveer de helft van de 14.000 leerlingen in het voortgezet onderwijs komt uit Nijmegen.
50% van de leerlingen volgt onderwijs op Havo/VWO; dit ligt 5-10% hoger dan in gemeenten van gelijke omvang. Tegelijkertijd is het aandeel leerlingen dat het voortgezet speciaal onderwijs bezoekt de laatste jaren sterk gestegen.
De daling van het voortijdige schoolverlaten heeft zich voortgezet. Voor Nijmeegse VO-scholieren ligt de schooluitval op 1,4%. Van de VO-leerlingen komt 8% in aanraking met het Bureau Leerplicht. Dit cijfer is constant de laatste jaren.
MBO en ROC
De MBO-scholen (ROC Nijmegen en Helicon) hebben samen 11.000 leerlingen. Daarvan komt een kwart uit Nijmegen. 95% van de studenten in het MBO volgt een opleiding op het minimaal vereiste niveau (2) voor een startkwalificatie.
Het aantal voortijdig schoolverlaters is in 2008/2009 afgenomen, maar het aandeel leerlingen dat is gestopt zonder startkwalificatie is met 12% nog altijd een stuk hoger dan het landelijk gemiddelde van 8%.
HBO en Universiteit
Het aantal studenten van de HAN en de Radbouduniversiteit stijgt nog steeds. In 2009/2010 had de HAN (locatie Nijmegen) 18057 studenten en de RU 18236 studenten.
Bron Gemeente Nijmegen
Rubriek Onderwijs, scholen en opleidingen
